Deeptechrebels 

"Welke Drebbel loopt er nu rond?" 

Sommige verhalen liggen eeuwenlang voor het oprapen voordat iemand ze opnieuw ziet. Voor Martijn van Rheenen is Cornelis Drebbel (1572 – 1633) zo'n verhaal. Een autodidact uit Alkmaar, een dwarsdenker en iemand die zich bezighield met ideeën die ver voor zijn tijd lagen. De bouwer van de eerste werkende duikboot, uitvinder van een atmosferische klok en van de eerste zelfregulerende oven, was een inspiratiebron voor Sir Francis Bacon en werd later vergeten door de Hollanders. Wat Van Rheenen vooral in hem aanspreekt, is niet alleen wat Drebbel maakte. Het is de manier waarop zijn verhaal dwingt om anders te kijken naar mensen en ideeën die op het moment zelf nog moeilijk op waarde te schatten zijn.

Achteraf is het eenvoudig om iemand een visionair te noemen. Dan is bekend wat een uitvinding heeft betekend, welke ideeën zijn blijven bestaan en waar iemand zijn tijd vooruit was. Tijdens het proces is dat veel minder duidelijk. Dan is een uitvinder soms vooral degene die jarenlang werkt aan iets waarvan anderen nog niet begrijpen waarom het relevant is.

Precies daar begint voor Van Rheenen de interessante vraag. Niet alleen wie Drebbel ooit was, maar welke Drebbel er vandaag rondloopt zonder dat iemand hem of haar als zodanig herkent.

De deeptechrebel

Drebbel past bij een type mens waar Van Rheenen zich door aangetrokken voelt: de rebel die niet alleen roept dat iets anders moet, maar probeert te laten zien dat het daadwerkelijk anders kan.

Dat sluit aan bij zijn eigen manier van ondernemen en samenwerken. Van Rheenen begint zelden bij een sector die aantrekkelijk lijkt of een technologie die op dat moment veel aandacht krijgt. Zijn aandacht wordt eerder getrokken mensen die zich richten op iets wat ontbreekt, niet goed werkt of volgens hen beter zou moeten kunnen.

Daarna begint het zoeken. Waarom bestaat een oplossing nog niet? Is het technisch niet mogelijk? Is de markt er nog niet klaar voor? Zijn bestaande belangen te groot? Of heeft simpelweg nog niemand het probleem vanuit een andere hoek bekeken?

Die manier van werken heeft hem in zeer verschillende werelden gebracht. Van leisure tot materialen, lichttechnologie en inmiddels steeds meer richting deeptech. De sectoren verschillen, maar de nieuwsgierigheid daarachter is dezelfde.

Waar ontwikkeling de tijd krijgt

Juist deeptech past bij die nieuwsgierigheid omdat de uitkomst vooraf niet vaststaat. Nieuwe technologie laat zich niet bouwen volgens een perfect uitgestippeld schema. Onderzoek betekent proberen, fouten maken, opnieuw beginnen en soms jarenlang investeren zonder dat de uiteindelijke waarde zichtbaar is. Een mislukte proef is binnen zo’n omgeving niet automatisch verloren tijd. Het kan precies de kennis opleveren die nodig is om een volgende stap te zetten. Wat van buitenaf lijkt op falen, kan binnen een ontwikkelproces juist een noodzakelijke tussenfase zijn.

Onderzoekstrajecten kunnen tien tot vijftien jaar duren. In die periode moet nog blijken of een technologie technisch haalbaar, schaalbaar en commercieel toepasbaar wordt. De beoordeling van zo’n traject wordt daardoor sterk bepaald door de uitkomst. Bij succes worden jaren van onderzoek achteraf gezien als visie en doorzettingsvermogen. Wanneer een ontwikkeling uiteindelijk niet tot toepassing komt, worden diezelfde jaren veel sneller als een verkeerde keuze beoordeeld.

Van Rheenen heeft veel respect voor mensen die bereid zijn gedurende zo’n lange periode tijd en kapitaal in ontwikkeling te investeren. Niet ieder onderzoek hoeft tot commercieel succes te leiden om waardevol te zijn. Ook trajecten die uiteindelijk stoppen, leveren inzichten en ervaring op die bij volgende innovaties van betekenis kunnen zijn.

Maken en breken horen bij elkaar

Lang volhouden betekent voor Van Rheenen niet dat stoppen geen optie is. Wanneer hij ervan overtuigd is dat een idee belangrijk is en nog steeds kans van slagen heeft, kan hij er lang aan vasthouden. Tegelijkertijd moet nieuwe informatie ook werkelijk iets kunnen veranderen.

Wanneer een andere oplossing aantoonbaar beter blijkt, de markt verandert of een oorspronkelijke aanname niet langer klopt, moet er ruimte zijn om bij te sturen of los te laten. Maken en breken zijn daardoor geen tegengestelden. Voor Van Rheenen vraagt maken om twee dingen tegelijk, namelijk de overtuiging om een idee echt de tijd te geven en de openheid om van richting te veranderen als dat beter blijkt.

Ruimte voor een nieuwe Drebbel

Het verhaal van Drebbel roept voor Van Rheenen ook een praktische vraag op: hoe geef je ruimte aan mensen die vandaag aan wetenschappelijke of technologische ideeën werken waarvan de betekenis nog niet vaststaat?

Daaruit komt zijn idee voort om een initiatief rond Drebbel op te zetten. Het zou iemand de tijd, kennis en vrijheid moeten geven om aan een wetenschappelijke of technologische ontwikkeling te werken, juist in een fase waarin de uiteindelijke toepassing nog niet volledig duidelijk is.

Daarmee krijgt zijn belangstelling voor Drebbel ook een directe verbinding met het heden. Niet alleen terugkijken naar wat eeuwen geleden in Alkmaar ontstond, maar ruimte creëren voor nieuwe ideeën die zich nog moeten bewijzen. Voor mensen die onderzoeken, proberen en bouwen zonder dat vooraf al precies vastligt waar dat toe leidt.

Dat past ook bij de bredere betekenis die Drebbel voor Van Rheenen heeft. Het verleden is voor hem niet alleen iets om naar terug te kijken, maar ook een plek waar inspiratie voor de toekomst te vinden is. Wie opnieuw kijkt naar mensen en ideeën die ooit werden onderschat, gaat vanzelf anders kijken naar wat er vandaag om ons heen ontstaat.